Vlokkentest

Met de vlokkentest wordt vrijwel altijd onderzoek gedaan naar de chromosomen van het kind. De meest voorkomende afwijking aan de chromosomen veroorzaakt het Downsyndroom.

Het onderzoek

Er wordt een beetje weefsel van de moederkoek (placenta) uit de baarmoeder weggenomen. Dit weefsel ziet er vlokkig uit, vandaar de naam vlokkentest. Het wegnemen van het weefsel kan op twee manieren gebeuren: via de vagina of via de buikwand.

Via de buikwand

Als het weefsel wordt weggenomen via de buikwand, gebeurt dit met een naald. Met een echoapparaat wordt de juiste plaats bepaald voor het inbrengen van de naald via de onderbuik.

Via de vagina

Als het weefsel wordt weggenomen via de vagina, gebeurt dit met een dun tangetje of slangetje. Je ligt hierbij op een gynaecologische onderzoeksstoel en er wordt een speculum (eendenbek) ingebracht in de vagina. Met behulp van een echoapparaat kan de arts zien, waar de moederkoek zit en zo wat weefsel wegnemen.
In het vlokkenweefsel zitten cellen die in 98 à 99 van de 100 gevallen dezelfde chromosoomsamenstelling hebben als de cellen van het ongeboren kind. Deze cellen kunnen worden onderzocht op afwijkingen aan de chromosomen.

Het tijdstip

De vlokkentest via de buikwand wordt meestal gedaan bij een zwangerschapsduur van ongeveer 12 weken. De vlokkentest via de vagina wordt meestal gedaan bij een zwangerschapsduur van ongeveer 11 weken.

De uitslag

Meestal is de uitslag binnen twee weken bekend. Met behulp van de vlokkentest kan in 98 à 99 van de 100 gevallen worden gezegd of de baby een chromosoomafwijking heeft of niet. Een heel enkele keer kunnen de chromosomen niet goed onderzocht worden, omdat er te weinig weefsel is weggenomen. Soms is er wel voldoende weefsel weggenomen, maar is er een onduidelijke uitslag. Mogelijk wordt dan de vlokkentest herhaald of wordt er een vruchtwaterpunctie gedaan. Als de uitslag afwijkend blijkt te zijn, krijg je op korte termijn een afspraak met een gynaecoloog, een klinisch geneticus en/of een andere kinderspecialist.

De voor en nadelen van de vlokkentest

Voordelen

Het onderzoek kan in 98 à 99 van de 100 gevallen zekerheid geven of jouw kind wel of niet een chromosoomafwijking heeft. Het onderzoek vindt vroeg in de zwangerschap plaats en de uitslag is relatief snel bekend. Als jij besluit de zwangerschap af te laten breken, kan dit vaak via vacuüm-curettage. Hierbij wordt de baarmoeder met een dun slangetje leeggezogen.

Nadelen

Een vlokkentest brengt een kleine kans op een miskraam met zich mee. Deze kans is 3 à 4 op de 1000 onderzoeken. In vergelijking met de vruchtwaterpunctie is de kans op een onduidelijke uitslag van chromosoomonderzoek na een vlokkentest groter. In vergelijking met de vruchtwaterpunctie is er een iets grotere kans op een miskraam. Een vlokkentest vindt vrij vroeg in de zwangerschap plaats. Soms worden hierbij chromosoomafwijkingen gevonden in een zwangerschap, die enkele weken later toch in een spontane miskraam zou zijn geëindigd. Jij komt dan voor de moeilijke beslissing te staan om de zwangerschap wel of niet af te laten breken, terwijl een miskraam jou deze moeilijke beslissing had bespaard. Hier staat tegenover, dat de oorzaak van de miskraam soms onduidelijk blijft, als er geen vlokkentest is gedaan. Het bepalen van de oorzaak is van belang, omdat dit veel kan zeggen over de kans op meer miskramen bij toekomstige zwangerschappen.