Bijvoeden

Op het moment dat er besloten moet worden dat een pasgeborene bijvoeding moet krijgen, is het noodzakelijk om dit zoveel mogelijk met afgekolfde moedermelk te doen. Dit kan op verschillende manieren gegeven worden. Omdat wij het slagen van de baby aan de borst belangrijk vinden, zullen onze kraamverzorgende gaan bijvoeden met een spuitje, lepeltje, cupje of aan de borst met een slangetje. Op deze manier blijft het geven van borstvoeding in tact en raakt een pasgeborene niet verward met de flow van een flesje. Het drinken uit een flesje is een andere techniek dan het drinken aan de borst. Een baby hoeft met een flesje niet meer te doen dan alleen maar te slikken. De andere methodes kunnen onze kraamverzorgende goed uitleggen en zij zijn voorzien van alle hulpmiddelen.

Oorzaken om bijvoeding te moeten geven, kunnen zijn: daling van temperatuur, daling van het gewicht (buiten het normale en bij meer dan 7%), verminderde melkproductie bij de moeder.